ECLI:NL:RVS:2010:BN7030
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- W. Sorgdrager
- W.J. Deetman
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging revisievergunning inzameling en opslag afval vanwege onduidelijkheid voorschriften
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 6 augustus 2009 een revisievergunning aan appellante voor het innemen, inzamelen, bewerken en tijdelijk opslaan van bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en grof huishoudelijk afval op een locatie te Zuid-Holland. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit, onder meer tegen diverse vergunningvoorschriften.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht een sulfaatnorm van 300 mg/l oplegde ter bescherming van het rioolstelsel en dat de geurvoorschriften in lijn zijn met het geldende beleid en noodzakelijk zijn voor milieubescherming. Wel werd geoordeeld dat voorschrift 6.5.1 onvoldoende duidelijk was over de locaties en activiteiten waarvoor bodembelastingonderzoek vereist is, wat in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Ook de verplichting in voorschrift 16.1.4 om tijdens een alarmsituatie contact te onderhouden met buurbedrijven en de CMRK werd als onzorgvuldig beoordeeld.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit voor zover deze voorschriften betroffen en stelde deze voorschriften nader vast met verduidelijkingen. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit werd gedeeltelijk vernietigd vanwege onduidelijke voorschriften over bodembelastingonderzoek en communicatieverplichtingen, met overige beroepsgronden afgewezen.