ECLI:NL:RVS:2010:BN6728
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering over veiligheid Mogadishu
De vreemdeling uit Mogadishu diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris op 22 september 2009 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. Zowel de minister als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet was ingegaan op het beroep van de vreemdeling op artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens werd vastgesteld dat de rechtbank onjuist de algemene veiligheidssituatie in Centraal- en Zuid-Somalië had betrokken in plaats van specifiek Mogadishu, het deelgebied waar de vreemdeling vandaan kwam.
De Raad van State stelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat er in Mogadishu geen uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld bestond die een reëel risico op ernstige schade voor terugkerende burgers oplevert. Hierdoor kon het besluit niet de toets der kritiek doorstaan en werd het vernietigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is vernietigd wegens onvoldoende motivering over de veiligheidssituatie in Mogadishu.