ECLI:NL:RVS:2010:BN6151
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over weigering vrijstelling bestemmingsplan bedrijventerrein Reduzum
De gemeenteraad van Boarnsterhim weigerde op 19 augustus 2008 aan De Wite Brêge en anderen vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan "Uitbreidingsplan in hoofdzaak" voor de realisatie van een bedrijventerrein in Reduzum. De Wite Brêge en anderen maakten bezwaar tegen dit besluit, dat op 10 maart 2009 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde De Wite Brêge en anderen beroep in bij de rechtbank Leeuwarden, die op 3 december 2009 het besluit vernietigde voor zover het bezwaar van bepaalde appellanten betreft en het bezwaar van anderen niet-ontvankelijk verklaarde.
De Raad van State behandelde het hoger beroep van De Wite Brêge en anderen tegen deze uitspraak. De appellanten voerden onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte bepaalde appellanten geen belanghebbenden achtte en dat het besluit van 10 maart 2009 het vertrouwensbeginsel schond en onvoldoende zorgvuldig was voorbereid. De Raad van State oordeelde dat het belang van genoemde appellanten slechts bestond uit het bijdragen in de kosten en dat zij daarom geen belanghebbenden waren. Tevens werd geoordeeld dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden omdat toezeggingen beperkt waren tot het verzoek om een verklaring van geen bezwaar, welke door gedeputeerde staten werd geweigerd vanwege strijd met het streekplan.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank, verbeterde de gronden en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de weigering van vrijstelling voor het bedrijventerrein in Reduzum in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.