ECLI:NL:RVS:2010:BN5927
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Overdracht minderjarige dochter aan Italië in asielprocedure met medische zorgvraag
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot weigering van een verblijfsvergunning asiel vernietigde. De vreemdeling heeft een verstandelijk en lichamelijk gehandicapte minderjarige dochter die epileptische aanvallen heeft en mogelijk het Cornelia de Lange-syndroom. De rechtbank oordeelde dat overdracht van de dochter aan Italië medisch onverantwoord was.
De minister stelde dat de medische voorzieningen in lidstaten vergelijkbaar zijn en dat de vreemdeling onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om dit te betwijfelen. Volgens de minister had de rechtbank ten onrechte niet eerst het Bureau Medische Advisering (BMA) geraadpleegd. De Raad van State oordeelde dat gezien de medische gegevens het op de weg van de minister lag om eerst het BMA te laten onderzoeken of overdracht mogelijk was en onder welke voorwaarden.
Daarnaast werd bevestigd dat Italië verantwoordelijk is voor de dochter op grond van de Dublinverordening, ondanks het uitblijven van reactie op het verzoek om bevestiging. De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met een proceskostenveroordeling ten laste van de minister.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een proceskostenveroordeling ten laste van de minister.