ECLI:NL:RVS:2010:BN5473
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding noodzakelijke kosten contra-expertise taalanalyse door COa
De vreemdeling had een verzoek ingediend bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) voor vergoeding van kosten van een derde fase van een contra-expertise taalanalyse uitgevoerd door De Taalstudio. Het COa had eerder de eerste en tweede fase vergoed, maar stelde een maximum van €300 exclusief BTW voor de derde fase vast, waarbij het verzoek van de vreemdeling tot vergoeding van €975,80 werd afgewezen.
De vreemdeling stelde dat het COa het vertrouwensbeginsel had geschonden door de aanscherping van de vergoedingsregels zonder overgangsregeling toe te passen en dat zijn recht op 'equality of arms' werd aangetast omdat hij onvoldoende middelen had om een deskundig weerwoord op de reactie van het BLT te laten opstellen. De rechtbank wees het beroep af, en de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het COa terecht de Handleiding Vergoeding Buitengewone Kosten van 1 maart 2009 toepaste om de noodzakelijkheid van de kosten te beoordelen en dat het vertrouwensbeginsel niet werd geschonden omdat de derde fase een afzonderlijke fase is die niet op voorhand noodzakelijk is. Ook werd geoordeeld dat het recht op 'equality of arms' niet van toepassing is op bestuurlijke besluitvorming en dat de vreemdeling adequaat in staat was gesteld een deskundig weerwoord op te stellen binnen het vastgestelde maximum.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.