Uitspraak
200806880/1/M1en 4 mei 2010 in zaak nr.
200901819/1/T1/M1.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wijzigde ambtshalve de revisievergunning van een inrichting voor op- en overslag van afvalstoffen door een voorschrift toe te voegen dat inkomend fijn groenafval binnen drie dagen moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Appellante betoogde dat dit voorschrift onterecht was, onduidelijkheid bevatte over de definitie van groenafval en onuitvoerbaar was vanwege beperkte verwerkingscapaciteit.
Het college stelde dat het voorschrift noodzakelijk was om geurhinder te voorkomen, gebaseerd op klachten, inspectierapporten en de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR). De Afdeling oordeelde dat hoewel compostering niet vergund is, het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het voorschrift nodig was ter bescherming van het milieu. Echter, het college had onvoldoende duidelijkheid gegeven over de term 'groenafval', wat in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het wijzigingsbesluit vernietigd. Het college werd tevens verplicht het betaalde griffierecht aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot wijziging van de revisievergunning wordt vernietigd wegens onduidelijkheid over het begrip 'groenafval' in het voorschrift.