Uitspraak
200904141/1/H3en zaak nr.
200904876/1/H3), behelst artikel 13b van de Opiumwet een discretionaire bevoegdheid van de burgemeester tot het toepassen van bestuursdwang en biedt die bepaling gelezen in verband met artikel 4:81, eerste lid, van de Awb de grondslag voor de beleidsnota voor zover die betrekking heeft op de uitoefening van voormelde bevoegdheid. Voor zover de beleidsnota de uitoefening van de bevoegdheid om al dan niet vergunning voor de exploitatie van zogenoemde coffeeshops te verlenen betreft, is deze gebaseerd op artikel 174 van Pro de Gemeentewet en de artikelen 2.3.2 en verder van de APV.
200904141/1/H3berust ingevolge artikel 2.3.2 en verder van de APV de bevoegdheid tot verlenen of weigeren van een exploitatievergunning bij de burgemeester. Na de instemming met de beleidsnota door de gemeenteraad mocht de burgemeester daaraan onderdelen toevoegen zonder goedkeuring door de gemeenteraad. Dat de burgemeester ingevolge artikel 180 van Pro de Gemeentewet aan die raad verantwoording over het door hem gevoerde beleid dient af te leggen, leidt niet tot een ander oordeel, nu die plicht ook betrekking heeft op de later toegevoegde onderdelen van de beleidsnota.
200904876/1/H3en zaak nr.
200904892/1/H3), bestaat geen grond voor het oordeel dat de burgemeester zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat drugsgebruik door jongeren moet worden voorkomen door toepassing van de in de beleidsnota ten aanzien van het beoordelen van vergunningaanvragen vermelde criteria. Zoals in de beleidsnota onder verwijzing naar verschillende onderzoeken is uiteengezet, hebben jongeren die softdrugs gebruiken naar het oordeel van de burgemeester een grotere kans om later harddrugs te gebruiken. Daarnaast is uiteengezet dat drugsgebruik op jonge leeftijd tot verminderende cognitieve prestaties en schooluitval kan leiden en er een verband is tussen drugsgebruik en delinquent en agressief gedrag. Dat, zoals in het rapport is beschreven, onderzoekers van mening verschillen over de precieze aard van het verband tussen drugsgebruik en problematisch gedrag en verschillende opvattingen bestaan over de wijze waarop drugsgerelateerde problemen het meest effectief kunnen worden bestreden, betekent niet dat het in de beleidsnota beschreven beleid niet gevoerd mag worden.