Uitspraak
200302463/1), heeft het college ingevolge vaste jurisprudentie de mogelijkheid af te wijken van het advies van de welstandscommissie.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas verleende op 19 juli 2005 vrijstelling en een bouwvergunning voor het oprichten van een bedrijfsruimte met inpandige bedrijfswoning. Appellanten stelden bezwaar en beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege strijd met het bestemmingsplan, niet tijdige herziening van het bestemmingsplan, en overschrijding van luchtkwaliteitsnormen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep en oordeelde dat het college terecht vrijstelling had verleend op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, waarbij de luchtkwaliteitsberekeningen van de Milieudienst uit 2008 aannemelijk maakten dat de grenswaarden niet werden overschreden.
Verder werd geoordeeld dat het college binnen zijn beoordelingsvrijheid had gehandeld door af te wijken van het advies van de welstandscommissie, en dat het bouwplan niet in strijd was met redelijke eisen van welstand. De overige beroepsgronden werden niet ontvankelijk verklaard of faalden. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de beroepen af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot vrijstelling en bouwvergunning en wijst het hoger beroep af.