ECLI:NL:RVS:2010:BN2591
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.D.M. van Diepenbeek
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke gegrondverklaring beroep tegen last onder dwangsom voor verwijderen opslagtanks
Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten legde aan Mengvoeder Groep B.V. (MVG) een last onder dwangsom op wegens overtreding van milieuregels, specifiek het niet tijdig verwijderen van ondergrondse opslagtanks. MVG voerde aan niet als overtreder te gelden omdat zij sinds 1999 het tankstation had verhuurd en de exploitatie aan derden was overgedragen. Het college stelde dat MVG als eigenaar en verhuurder verantwoordelijk bleef.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat MVG inderdaad als drijver van de inrichting kan worden aangemerkt, mede vanwege haar eigendom en de bepalingen in de huurovereenkomst die haar verantwoordelijkheden bevestigen. Wel was de begunstigingstermijn voor het verwijderen van de opslagtanks onredelijk kort gesteld, omdat eerst een aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk was vanwege mogelijke bodemverontreiniging.
Daarom werd het besluit van het college vernietigd voor zover het de begunstigingstermijn betreft, en werd een nieuwe termijn vastgesteld die zes weken na indiening van het bodemonderzoek eindigt, uiterlijk op 1 januari 2011. Het beroep werd verder ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan MVG vergoed.
Uitkomst: Het beroep van MVG is gedeeltelijk gegrond verklaard en de begunstigingstermijn voor het verwijderen van de opslagtanks is verlengd tot uiterlijk 1 januari 2011.