Uitspraak
200708648/1), volgt uit artikel 7:11, eerste lid, van de Awb dat op grondslag van het bezwaar een heroverweging plaatsvindt en is de bezwaarschriftprocedure bedoeld voor een volledige heroverweging die niet is gebonden aan argumenten of omstandigheden die in het bezwaarschrift aan de orde zijn gesteld. De Afdeling heeft voorts eerder overwogen (onder meer in de uitspraak van 5 maart 2008 in zaak nr.
200704988/1) dat door het hanteren van een niet eerder in de procedure ingeroepen weigeringsgrond niet buiten de grenzen wordt getreden die artikel 7:11, eerste lid, van de Awb stelt aan de heroverweging in bezwaar. Door aan het besluit van 28 november 2008 alsnog de weigeringsgrond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN ten grondslag te leggen, heeft de minister de juridische grondslag van het primaire besluit van 8 maart 2007 gewijzigd. Deze wijziging is te beschouwen als het resultaat van de heroverweging van het primaire besluit van 8 maart 2007. Voorts is niet gebleken van een verslechtering van de positie van [appellant], aangezien bij het besluit van 28 november 2008 niet tot anders of meer is beslist dan de handhaving van de afwijzing van zijn verzoek om naturalisatie. Bovendien is [appellant] op 18 november 2008 over de nieuwe weigeringsgrond gehoord.