Uitspraak
200907721/1/H3overwogen dat een persoon aan wie een tijdelijk huisverbod is opgelegd dat is geëindigd ten tijde van de toetsing daarvan door de rechter, nog een rechtens te beschermen belang heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van dit besluit. Daarbij heeft de Afdeling redengevend geacht dat een huisverbod, gelet op de gronden waarop dit wordt opgelegd, een publiekelijke afwijzing van het gedrag van de uithuisgeplaatste impliceert en dat het gelet daarop tot op zekere hoogte aannemelijk is dat diegene als gevolg van het hem opgelegde huisverbod in zijn eer en goede naam is geschaad. Daarom kan het resultaat dat met een procedure wordt nagestreefd, te weten vernietiging van het besluit, om die reden van meer dan principiële betekenis zijn.