Uitspraak
200903383/1maakt dit niet anders nu daarin niet de vraag aan de orde was of in redelijkheid vrijstelling van het bestemmingsplan kon worden verleend.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een fitnesscentrum, horecagelegenheid, twaalf appartementen en een halfondergrondse parkeergarage in Leidsche Rijn. De Stichting Openbaar Primair Onderwijs Utrecht en Saartje Kinderopvang B.V. maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze besluiten.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De appellanten voerden onder meer aan dat het college niet bevoegd was vrijstelling te verlenen, dat het bouwplan onvoldoende ruimtelijk onderbouwd was, dat archeologisch onderzoek ontbrak, en dat negatieve effecten op schaduwwerking, luchtkwaliteit, geluid, windklimaat en verkeersveiligheid onvoldoende waren onderzocht.
De Raad van State oordeelde dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan omdat het perceel de bestemming 'Gemengde doeleinden (uit te werken)' heeft en dat het college terecht vrijstelling verleende op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De Raad vond geen aanwijzingen dat archeologische waarden werden aangetast, dat de schaduwhinder, luchtkwaliteits- en geluidsaspecten onaanvaardbaar waren, of dat de verkeerssituatie door het bouwplan onveilig zou worden. Ook de windafschermende maatregelen werden als toereikend beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling en bouwvergunning worden bevestigd.