ECLI:NL:RVS:2010:BN1613
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake opheffing ongewenstverklaring vreemdeling
De vreemdeling was ongewenst verklaard en verzocht om opheffing van deze verklaring, wat door de minister werd afgewezen. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep van de vreemdeling op artikel 3 EVRM Pro had beoordeeld aan de hand van het Bahaddar-arrest, dat alleen in bijzondere omstandigheden nationale procedureregels buiten beschouwing laat. In deze zaak was het beroep op artikel 3 EVRM Pro inhoudelijk beoordeeld en waren geen nationale procedureregels tegengeworpen.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht uitging van een ambtsbericht waarin documenten van de vreemdeling als vals werden aangemerkt, en dat de vreemdeling geen voldoende feiten had aangevoerd om aan te tonen dat hij bij terugkeer naar Iran een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.