ECLI:NL:RVS:2010:BN1171
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatige toepassing kortsluitingsbevoegdheid in vreemdelingenprocedure
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Na het besluit op bezwaar stelde zij een verzoek om voorlopige voorziening in. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek en paste artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe, waarmee hij het beroep ongegrond verklaarde zonder dat de vreemdeling haar beroepsgronden had ingediend of een termijn had gekregen om dit te doen.
De Raad van State oordeelt dat de voorzieningenrechter ten onrechte het beroep heeft kortgesloten door toepassing van artikel 8:86, omdat de vreemdeling nog geen beroepsgronden had aangevoerd en geen gelegenheid had gekregen om dit te herstellen. Dit is in strijd met de vereisten van hoor en wederhoor en de procedurele waarborgen in de Awb.
Daarom vernietigt de Raad van State de uitspraak van de voorzieningenrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank, die de zaak opnieuw moet behandelen met inachtneming van de juiste procedure. De Raad reserveert de beslissing over de proceskosten voor de einduitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd wegens onterechte toepassing van artikel 8:86 Awb en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.