ECLI:NL:RVS:2010:BN1154
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. van Kreveld
- T.L.J. Drouen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gedeeltelijke intrekking revisievergunning op grond van niet-gebruik
Het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden wees het verzoek van appellant af om de revisievergunning van belanghebbende, verleend op 27 augustus 2002, gedeeltelijk in te trekken omdat gedurende minimaal drie jaar geen melkvee en jongvee zou zijn gehouden.
Appellant stelde dat het college ten onrechte geen gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid tot intrekking op grond van artikel 8.25, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college zich wel bevoegd achtte maar beleidsvrijheid had om af te zien van intrekking na belangenafweging.
Appellant voerde verder aan dat het college het vertrouwen had gewekt dat intrekking zou volgen en dat de plannen van belanghebbende om rundvee te houden niet concreet waren. De Afdeling verwierp deze argumenten en stelde dat interne beleidsnotities en niet-aan appellant gerichte berichten geen vertrouwen scheppen.
Het college stelde dat het belang van belanghebbende bij het gebruik van de vergunning zwaarder woog dan het belang van appellant bij een marginale vermindering van geurhinder, die vooral door de varkenshouderij werd veroorzaakt. De Afdeling vond het college redelijk in zijn belangenafweging en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot gedeeltelijke intrekking van de revisievergunning is ongegrond verklaard.