Uitspraak
200406818/1en 19 maart 2008 met het zaak nr.
200704474/1niet in acht heeft genomen, nog het volgende op. De Afdeling zal in het navolgende aan de hand van de beroepsgronden beoordelen of het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening en niet in strijd is met het recht, waarbij mede de overwegingen in voornoemde uitspraken, voor zover relevant, worden betrokken.
200510017/1) is met de vaststelling van het bestemmingsplan tevens een beslissing genomen omtrent de burgerlijke rechten en verplichtingen van de vereniging en anderen. Hiervan uitgaande begint de in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) bedoelde termijn in een bestemmingsplanzaak die is voorbereid krachtens de Wro te lopen bij het instellen van beroep tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan door betrokkene. Anders dan de vereniging en anderen hebben gesteld blijft derhalve de tijdsduur die is gemoeid met de voorbereiding en vaststelling van een bestemmingsplan, voor het bepalen van de ingangsdatum van de in artikel 6 van Pro het EVRM bedoelde termijn buiten beschouwing. Eveneens blijft in dit geval de tijdsduur die is gemoeid met de bestemmingsplanprocedure die heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 19 maart 2008, buiten beschouwing. Met deze uitspraak is het eerdere geschil omtrent de burgerlijke rechten en verplichtingen van de vereniging en anderen beslecht. In dit kader is verder van belang dat deze uitspraak niet noopte tot de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan. Met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan in deze zaak is derhalve een nieuwe procedure aangevangen.