ECLI:NL:RVS:2010:BM9331
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepassing Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet bij gevaar voor openbare orde
De vreemdeling werd veroordeeld voor medeplegen poging zware mishandeling en kreeg een taakstraf opgelegd, die niet volledig werd uitgevoerd. Vervolgens werd hij ongewenst verklaard op grond van de Vreemdelingenwet 2000, maar deze ongewenstverklaring werd later opgeheven. De vreemdeling diende een bezwaar in tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet, dat werd afgewezen door de staatssecretaris.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de Regeling geen verblijfsvergunning verleent aan vreemdelingen die een gevaar voor de openbare orde vormen, waaronder personen met opgelegde taakstraffen en vervangende hechtenis van minimaal één maand, ongeacht of de straf is uitgevoerd of dat de vreemdeling ongewenst is verklaard.
De door de rechtbank als bijzondere omstandigheden aangemerkte feiten, zoals het opheffen van de ongewenstverklaring en gezinsomstandigheden, vallen binnen de strekking van het beleid en kunnen niet leiden tot afwijking van de Regeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.