ECLI:NL:RVS:2010:BM9322
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel op basis van taalanalyse
De staatssecretaris van Justitie wees een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af omdat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk maakte dat hij uit Burundi afkomstig was. De staatssecretaris liet een taalanalyse uitvoeren door het Bureau Land en Taal (BLT), waaruit bleek dat de vreemdeling geen Kirundi sprak en zijn Swahili-tongval niet overeenkwam met die van Burundi.
De vreemdeling overhandigde een contra-expertise opgesteld door prof. Ndayiragije, die stelde dat de vreemdeling wel degelijk tot de spraakgemeenschap van Bujumbura behoorde. Het BLT reageerde kritisch op deze contra-expertise en handhaafde zijn standpunt. De rechtbank oordeelde echter dat de contra-expertise afbreuk deed aan de taalanalyse en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
De Raad van State stelt dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met de gemotiveerde weerleggingen van het BLT en dat de staatssecretaris terecht meer gewicht aan de taalanalyse toekende. Omdat de vreemdeling de twijfel over zijn herkomst niet heeft weggenomen, was het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning terecht. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.