ECLI:NL:RVS:2010:BM7437
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring van Georgische Dublinclaimanten wegens vermoeden onttrekken uitzetting
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de bewaring van Georgische Dublinclaimanten had opgeheven en schadevergoeding had toegekend. De minister had de korpschef van de politieregio Groningen een aanwijzing gegeven om vreemdelingen uit Georgië in bewaring te stellen vanwege het vermoeden dat zij zich aan uitzetting zouden onttrekken.
De rechtbank oordeelde dat het hanteren van nationaliteit als onderscheidend criterium in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod. De minister stelde echter dat het gevaar van onttrekking inherent is aan Dublinclaimanten die niet meewerken aan teruggeleiding en dat de gronden voor bewaring niet waren bestreden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat het gevaar van onttrekking bij Dublinclaimanten in beginsel altijd aanwezig is en dat de minister zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat bewaring gerechtvaardigd was. De eerdere uitspraak werd vernietigd, de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, waarbij de bewaring van de vreemdelingen wordt gehandhaafd en hun beroepen ongegrond worden verklaard.