ECLI:NL:RVS:2010:BM7425
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitzetting wegens onjuiste medische beoordeling in vreemdelingenrecht
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie op 20 augustus 2007 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
Centraal in de zaak stond de medische beoordeling van de vreemdeling door het Bureau Medische Advisering (BMA). De staatssecretaris baseerde zijn standpunt dat de vreemdeling bij terugkeer geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro op een advies van het BMA waarin werd gevraagd of de vreemdeling leed aan een ongeneeslijke ziekte in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium. De Raad van State oordeelde dat deze vraagstelling onjuist was omdat het EHRM geen zelfstandige betekenis toekent aan de ongeneeslijkheid van de ziekte.
De Raad van State vernietigde het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en veroordeelde de minister van Justitie tot vergoeding van proceskosten. De zaak werd terugverwezen voor een juiste beoordeling van de medische situatie van de vreemdeling in het kader van artikel 3 EVRM Pro.
Uitkomst: Het besluit tot uitzetting wordt vernietigd wegens onjuiste medische beoordeling en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.