ECLI:NL:RVS:2010:BM7413
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zorgvuldigheid en deskundigheid taalanalyse in vreemdelingenprocedure
In deze zaak betwist de staatssecretaris het oordeel van de rechtbank dat de taalanalist die de taalanalyse uitvoerde niet deskundig zou zijn vanwege zijn Keniaanse achtergrond. De Raad van State overweegt dat de werkwijze van het Zweedse bureau SPRAKAB, dat de taalanalist zorgvuldig selecteert en controleert, overeenkomt met die van het Bureau Land en Taal (BLT). Hierdoor is de taalanalyse naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en inhoudelijk inzichtelijk en concludent.
De vreemdeling voerde een contra expertise aan die een andere uitkomst gaf, maar deze contra expertise maakte deels gebruik van een tweede geluidsopname waarvan de omstandigheden onduidelijk zijn, waardoor de Raad deze niet volledig waardeert. Het BLT handhaafde de uitkomst van de oorspronkelijke taalanalyse en weerlegde de contra expertise met wetenschappelijke argumenten.
De Raad concludeert dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister zijn vergewisplicht heeft geschonden door het besluit te baseren op de taalanalyse. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.