Uitspraak
200804107/1) diende de minister opnieuw op het bezwaar van [appellant] te beslissen aangezien hij onvoldoende had gemotiveerd op welke grond de VOG kon worden geweigerd onder de oude beleidsregels. Bij het thans bij de rechtbank bestreden besluit van 16 april 2009 heeft de minister getoetst aan de nieuwe beleidsregels en de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd met toepassing van paragraaf 3.4 van die beleidsregels. Hieraan heeft hij wederom de veroordeling uit 1998 ten grondslag gelegd. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat het beoordelingskader tot de conclusie leidt dat toekenning van de VOG gelet op de beoogde functie onverantwoord zou zijn.
200906261/1/H2), geldt bij een heroverweging in bezwaar als bedoeld in artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, als uitgangspunt dat rekening moet worden gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden zoals die zich op dat moment voordoen en dat het recht moet worden toegepast zoals dat op dat moment geldt. Dit geldt eveneens voor beleidsregels. De enkele omstandigheid dat een belanghebbende door toepassing van de nieuwe beleidsregels in een ongunstigere positie komt, is onvoldoende om van dit uitgangspunt af te wijken. Wel kan in bijzondere gevallen van dit uitgangspunt worden afgeweken. Van een dergelijk bijzonder geval zal bijvoorbeeld sprake kunnen zijn indien in rechte is vastgesteld dat het eerdere besluit in strijd met de oude beleidsregels een weigering inhoudt en dat besluit vernietigd is teneinde die beleidsregels op de juiste wijze toe te passen.