ECLI:NL:RVS:2010:BM6439
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- S.F.M. Wortmann
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vrijstelling aanleg ZoRo-busbaan ondanks bestemmingsplanconflicten
De zaak betreft het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 augustus 2009 inzake vrijstellingen verleend aan RET voor de aanleg van het zuidelijke tracé van de Zoetermeer/Rotterdam-busbaan (ZoRo-busbaan). Appellanten Stichting Natuurbescherming Vlinderstrik en Kopersvereniging Rodenrijse Zoom voerden onder meer aan dat de vrijstellingen onrechtmatig waren omdat een milieueffectrapportage (MER) verplicht was, het nut en de noodzaak onvoldoende waren aangetoond, en de busbaan negatieve gevolgen zou hebben voor het landschap en de verkeersveiligheid.
De Raad van State overwoog dat het tracé deels in strijd was met diverse bestemmingsplannen, maar dat vrijstelling op grond van artikel 19 WRO Pro mogelijk was mits een goede ruimtelijke onderbouwing aanwezig was en gedeputeerde staten geen bezwaar hadden. De Afdeling bevestigde dat geen MER verplicht was omdat minder dan vijf kilometer van de busbaan buiten de bebouwde kom lag. Tevens werd geoordeeld dat het college voldoende had gemotiveerd waarom het tracé aan de westzijde van de HSL was gekozen en dat het algemeen belang bij aanleg zwaarder woog dan de belangen van appellanten.
Verder oordeelde de Raad dat de negatieve effecten op het Landscheidingspark, geluidsoverlast en verkeersveiligheid niet zodanig waren dat vrijstelling onredelijk was. Het college had een akoestisch onderzoek laten uitvoeren en verkeersmaatregelen getroffen. Ook was het aantal reizigers en de kwaliteit van het openbaar vervoer voldoende onderbouwd. De verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten maakte dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.