Uitspraak
200706015/1. De politieke ontwikkelingen en besluitvorming omtrent het handhavingsbeleid van de gemeente, waar [appellant] in dit verband naar verwijst, staan hier niet ter beoordeling en doen derhalve aan het vorenstaande niet af.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Buren legde op 14 december 2007 een onmiddellijke stillegging op voor bouwwerkzaamheden op een perceel, omdat de benodigde constructieberekeningen voor de gierkelder niet waren ingediend en goedgekeurd. Ondanks dit besluit en een daaropvolgend dwangsombesluit bleef appellant bouwen.
Appellant voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van een hoorplicht en onevenredigheid van het handhavend optreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het college terecht kon afzien van het horen van appellant vanwege spoedeisendheid en dat de stillegging gerechtvaardigd was.
Verder oordeelt de Raad dat het college redelijk heeft gehandeld bij het vaststellen van de dwangsom, die gebaseerd is op advies- en legeskosten en verhoogd met 25%. De stelling dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die handhaving zouden verhinderen, wordt verworpen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de stilleggingsbesluiten en dwangsom worden bevestigd.