ECLI:NL:RVS:2010:BM6096
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring wegens niet-naleving meldingsplicht kort verblijf
De vreemdeling, houder van een geldig Marokkaans paspoort en een Belgische verblijfsvergunning, werd op 13 oktober 2009 aangehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het niet naleven van de meldingsplicht die geldt voor kort verblijf in Nederland. Hij werkte zonder melding in een slagerij en had zich niet aangemeld bij de korpschef, wat een voorwaarde is voor rechtmatig verblijf volgens de Vreemdelingenwet 2000 en de Schengengrenscode.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij rechtmatig verbleef op grond van zijn verblijfsvergunning en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, maar de Raad van State oordeelde dat de richtlijn 2004/38/EG niet van toepassing was omdat hij niet samen met zijn echtgenote reisde en zich niet bij de bevoegde autoriteiten had gemeld.
De Raad van State benadrukte dat de meldingsplicht een essentiële voorwaarde is voor het recht op kort verblijf en dat geen uitzonderingen van toepassing waren. Daarom was de maatregel van bewaring terecht opgelegd en werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt bevestigd wegens het niet naleven van de meldingsplicht voor kort verblijf.