ECLI:NL:RVS:2010:BM6093
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel Sri Lankaanse vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie wees op 14 september 2007 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af. De vreemdeling, afkomstig uit het noorden van Sri Lanka, voerde aan dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op ernstige schade vanwege het gewapend conflict aldaar. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met het feit dat de detenties van de vreemdeling in 2001 en 2006 niet direct verband hielden met een verdenking van betrokkenheid bij de LTTE en dat de vreemdeling tussen en na deze detenties geen problemen ondervond van de autoriteiten. Ook werd het belang van een brief van Amnesty International verkeerd geïnterpreteerd.
De Raad van State stelde vast dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Richtlijn 2004/83/EG. Hoewel de veiligheidssituatie in het noorden van Sri Lanka zorgwekkend was, was er geen sprake van een uitzonderlijke situatie met een dermate hoog niveau van willekeurig geweld. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.