ECLI:NL:RVS:2010:BM5491
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vereiste van ononderbroken verblijf bij toepassing Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet
De staatssecretaris van Justitie stelde bij besluit van 19 februari 2009 het bezwaar van een vreemdeling tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet ongegrond. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde dat besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had getoetst of de vreemdeling viel onder het aangevulde en gewijzigde beleid omtrent het vereiste van ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001. Dit beleid maakt uitzonderingen voor kortstondige verblijven in het buitenland van ten hoogste twee weken onder bepaalde voorwaarden.
Verder werd overwogen dat schrijnende omstandigheden van de vreemdeling, zoals de ziekte van zijn partner en mantelzorg, niet als bijzonder konden worden aangemerkt die tot afwijking van het beleid leiden. Ook was het horen van de vreemdeling niet verplicht omdat het bezwaar geen redelijke grond bood om het besluit te herzien.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.