Uitspraak
200902905/1/V6) zijn een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een omzetbelastingnummer, bezien in het licht van de feitelijke situatie waarin de vreemdelingen de arbeid hebben verricht, onvoldoende aanwijzingen voor werken als zelfstandige. Uit de omstandigheid dat de vreemdelingen over een SoFi-nummer beschikken, kan evenmin worden afgeleid dat zij als zelfstandigen hebben gewerkt. Voorts leidt het feit dat de vreemdelingen over VAR-verklaringen beschikken niet tot de conclusie dat de vreemdelingen de werkzaamheden voor [appellante] als zelfstandigen hebben uitgevoerd. Bovendien kan uit de bijlagen bij het boeterapport worden opgemaakt dat de VAR-verklaringen ten aanzien van [vreemdeling sub 1] en [vreemdeling] inhouden dat de Belastingdienst hen beschouwt als werknemer in loondienst.
200607461/1, 12 maart 2008 in zaak nr.
200704906/1, 3 juni 2009 in zaak nr.
200803230/1/V6, 17 juni 2009 in zaak nr.
200806748/1/V6, 16 september 2009 in zaak nr.
200900632/1/V6) vloeit het volgende voort.
200704914/1) is in de door [appellante] naar voren gebrachte omstandigheden dat zij zich ervan heeft vergewist dat de vreemdelingen stonden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dat aan de vreemdelingen een omzetbelastingnummer was toegekend, geen grond gelegen voor het oordeel dat sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid, dan wel een beperkte mate van verwijtbaarheid van [appellante]. Ook de omstandigheden dat [appellante] heeft gecontroleerd dat de vreemdelingen rechtmatig in Nederland verbleven, in het bezit waren van een Nederlands SoFi-nummer, een VAR-verklaring en een geldig identiteitsdocument, alsmede de omstandigheid dat [appellante] afschriften van de identiteitsdocumenten in de administratie heeft opgenomen, leiden, mede in het licht van hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 2.3.2. is overwogen, niet tot het oordeel dat de minister van boeteoplegging had dienen af te zien dan wel dat sprake was van een verminderde mate van verwijtbaarheid zodat grond bestond voor matiging van de opgelegde boete.
200806642/1/V6heeft overwogen, mocht van [appellante] worden verwacht dat zij zich, gegeven haar eigen verantwoordelijkheid als werkgever, rechtstreeks tot de CWI, de voor de verlening van tewerkstellingsvergunningen bevoegde instantie, had gewend om na te gaan of de vreemdelingen in het onderhavige geval naar het oordeel van de CWI de werkzaamheden als zelfstandigen verrichtten.