Uitspraak
200601180/1.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Bernheze verleende op 28 juli 2009 een vergunning aan een aannemersbedrijf voor grond-, weg- en waterbouw, inclusief het gebruik van een puinbreker. De vergunning vervalt uiterlijk na 28 maanden of bij inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning in strijd is met het bestemmingsplan "Kom Vorstenbosch" en dat milieuaspecten onvoldoende zijn gewaarborgd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het college een zekere beoordelingsvrijheid heeft en dat de vergunningverlening niet in strijd is met het bestemmingsplan, mede omdat de activiteiten tijdelijk zijn en een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding is dat het conflict zal opheffen. Verder faalden de bezwaren over milieuzonering en geluid, aangezien het college zich terecht baseerde op een akoestisch rapport en passende voorschriften stelde.
Ook de bezwaren over luchtkwaliteit en zwevende deeltjes werden verworpen, omdat de emissies binnen de geldende grenswaarden blijven en de gebruikte achtergrondgegevens actueel en gevalideerd zijn. Ten slotte werd het bezwaar over mogelijke asbestverontreiniging verworpen omdat de vergunning het breken van asbesthoudend puin uitsluit en de kwaliteit van het menggranulaat aan strenge normen voldoet.
De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor het aannemersbedrijf met puinbreker wordt ongegrond verklaard.