ECLI:NL:RVS:2010:BM4958
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Vergunning verondiepen en herinrichten plas Linderveld te Lettele niet onrechtmatig verklaard
Het dagelijks bestuur van het waterschap Groot Salland verleende op 10 januari 2008 een vergunning aan Grondbank GMG B.V. voor het storten van 400.000 m³ grond en baggerspecie in de plas Linderveld te Lettele, gemeente Deventer, ten behoeve van verondiepen en herinrichten. Diverse appellanten, waaronder bewoners en Plaatselijk Belang, stelden beroep in tegen dit besluit.
De Raad van State oordeelde dat de appellanten als belanghebbenden konden worden aangemerkt, gelet op hun nabijheid tot de plas en de doelstellingen van Plaatselijk Belang. De bekendmaking van het besluit voldeed aan de wettelijke eisen. Juridisch was het toepasselijke recht het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, aangezien het besluit vóór 1 januari 2008 was genomen.
De appellanten uitten zorgen over mogelijke verontreiniging van grond- en oppervlaktewater, verkeersveiligheid, infrastructuur en natuurwaarden. De Raad stelde vast dat de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) alleen bescherming biedt tegen aantasting van oppervlaktewaterkwaliteit. Uit rapporten en een deskundigenbericht bleek dat de vergunningvoorschriften, waaronder monitoring en het toepassen van beste beschikbare technieken, voldoende bescherming bieden tegen verontreiniging. De bezwaren werden daarom ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het dagelijks bestuur zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vergunningvoorschriften toereikend zijn om verontreiniging van het oppervlaktewater te voorkomen of voldoende te beperken. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor het verondiepen en herinrichten van de plas Linderveld zijn ongegrond verklaard.