Uitspraak
200505067/1, kan een dergelijke onregelmatigheid geen grond voor vernietiging besluit zijn. Deze beroepsgrond faalt.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland stelde op verzoek van ProRail hogere waarden vast voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor woningen en een opvangtehuis in de geluidzone van de Havenspoorlijn te Rozenburg. Diverse appellanten, waaronder bewoners en de gemeente, maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden dat het besluit onvoldoende was onderbouwd en dat alternatieve maatregelen onvoldoende waren onderzocht.
De Raad van State oordeelde dat het besluit gebaseerd was op een gedegen akoestisch onderzoek en een deskundigenbericht, waarin werd aangenomen dat in 2017 45% van het materieel stiller zou zijn. De toezeggingen van ProRail omtrent monitoring en procesmaatregelen bij overschrijding van de geluidsnormen werden als voldoende onderbouwing gezien. Tevens werden de bezwaren over de geluidsreductie op de Calandbrug, de toepassing van rekenmodellen en de gehanteerde verkeersintensiteiten verworpen.
Verder werd geoordeeld dat mogelijke alternatieve maatregelen zoals een geluidscherm, een nieuwe brug of een spoortunnel buiten het kader van de Wet geluidhinder vielen of niet haalbaar waren vanwege stedenbouwkundige, financiële en capaciteitsbezwaren. Ook de klachten over het ontbreken van monitoringsverplichtingen en de vermeende belangenafweging ten nadele van bewoners werden ongegrond verklaard.
De Raad van State concludeerde dat het college van gedeputeerde staten zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het besluit aan de wettelijke eisen voldeed en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot vaststelling van hogere geluidswaarden voor de Havenspoorlijn te Rozenburg zijn ongegrond verklaard.