ECLI:NL:RVS:2010:BM4167
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete aan Staat wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde op 16 maart 2007 een bestuurlijke boete van €8.000 en €1.500 op aan het Ministerie van VROM wegens overtreding van artikel 2 en Pro artikel 15 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De Staat en het Ministerie van VROM maakten bezwaar en beroep tegen deze boete, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde de Staat onder meer dat strafrechtelijke immuniteit hem beschermt tegen boeteoplegging en dat het werkgeversbegrip in de Wav te ruim is. De Raad van State oordeelde dat strafrechtelijke immuniteit niet van toepassing is op bestuurlijke boetes en dat de Wav juist een ruime definitie van werkgever hanteert om illegale tewerkstelling te voorkomen.
Verder stelde de Staat dat hij niet verantwoordelijk was voor het niet ontvangen van identiteitsdocumenten en dat de boete onredelijk hoog was gezien de complexiteit van projecten en ketenaansprakelijkheid. De Raad van State verwierp deze argumenten, benadrukte de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever en bevestigde dat de boete proportioneel is.
Ten slotte wees de Raad van State het beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de boete aan de Staat ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €9.500 aan de Staat wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.