Uitspraak
200607776/1) moet voor de toepasselijkheid van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder k, van het Bblb de term "van niet-ingrijpende aard" niet alleen in bouwkundige zin, maar ook in stedenbouwkundige zin worden opgevat. Bij dit laatste aspect spelen zowel het planologische als het feitelijke effect dat de ter beoordeling staande verandering op de omgeving heeft, een rol. Het bouwplan houdt in dat de oost- en zuidgevel van het warenhuis volledig met sandwichpanelen worden bekleed en de noordgevel voor ongeveer de helft. De gevelbekleding van lichtdoorlatend materiaal wordt daarbij vervangen door panelen van niet-lichtdoorlatend, blauw, materiaal. Het warenhuis ondergaat, gelet op de aard en omvang van de sandwichpanelen, aanmerkelijke wijzigingen. Onder deze omstandigheden kan niet staande worden gehouden dat het bouwplan voorziet in een verandering van niet ingrijpende aard als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder k, van het Bblb. De rechtbank is tot dezelfde conclusie gekomen. Het betoog faalt.