Uitspraak
200906242/1/V6,
200906243/1/V6,
200906245/1/V6en
200906246/1/V6, behandeld op 9 februari 2010, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. M. Hokke en mr. M.S. van Muiswinkel, beiden werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en [appellante sub 2], vertegenwoordigd door mr. W.D. Kootstra en mr. F. Costa-Baiôa-Braeken, beiden advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.
200903419/1/V6), heeft de Afdeling geoordeeld dat [appellante sub 2] moet worden aangemerkt als werkgever in de zin van de Wav ten aanzien van een bezorger van het door haar uitgegeven dagblad. Uit die uitspraak volgt dat [appellante sub 2] ook in de thans aan de orde zijnde gevallen als werkgever in vorenbedoelde zin moet worden aangemerkt.
200607461/1, 12 maart 2008 in zaak nr.
200704906/1, 3 juni 2009 in zaak nr.
200803230/1/V6, 17 juni 2009 in zaak nr.
200806748/1/V6, 16 september 2009 in zaak nr.
200900632/1/V6) vloeit het volgende voort.
200905616/1/V6), ligt bij een zodanige overschrijding een vermindering van de boete met 10%, met een maximum van € 2.500,00, in de rede. Naast deze vermindering is voor schadevergoeding op de voet van artikel 8:73 van Pro de Awb wegens overschrijding van de redelijke termijn geen plaats.
200906242/1/V6,
200906243/1/V6,
200906245/1/V6en
200906246/1/V6.