ECLI:NL:RVS:2010:BM3084
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onjuiste uitleg intrekking beroepsgronden in vreemdelingenzaak
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State constateerde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de waarnemend raadsman van de vreemdeling de beroepsgronden, die bij brieven van 9 maart 2010 waren ingediend, ter zitting had ingetrokken. Dit leidde ertoe dat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel over deze gronden had gegeven.
De Raad van State oordeelde dat dit een onjuiste interpretatie was en dat de grieven van de vreemdeling gegrond zijn. Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor een nieuwe behandeling en beslissing, waarbij de rechtbank de beroepsgronden alsnog moet beoordelen.
Daarnaast stelde de Raad van State de proceskosten in hoger beroep vast op €437,00 en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding van deze kosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling van de beroepsgronden.