ECLI:NL:RVS:2010:BM3050
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over deugdelijkheid financiering medische behandeling vreemdeling
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen de weigering van een verblijfsvergunning voor medische behandeling gegrond verklaarde. De kern van het geschil is of een ziektekostenverzekering die uit Nederlandse publieke middelen wordt betaald, als deugdelijke financiering kan worden aangemerkt.
De Raad van State stelt vast dat artikel 3.46 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en de daarbij behorende nota van toelichting duidelijk maken dat financiering uit publieke middelen niet als deugdelijk wordt beschouwd. De rechtbank heeft ten onrechte aangenomen dat de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zou zijn.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister van Justitie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak dat financiering uit publieke middelen niet als deugdelijk geldt.