ECLI:NL:RVS:2010:BM0712
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over taalanalyse en herkomst vreemdeling in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af op basis van een taalanalyse die concludeerde dat de vreemdeling niet eenduidig herleidbaar was tot de spraakgemeenschap binnen Somalië. De vreemdeling weigerde tijdens het taalanalysegesprek zijn vermeende moedertaal Swahili/Bajuni te spreken, wat de betrouwbaarheid van de analyse beïnvloedde.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, stellende dat de taalanalyse onvoldoende inzichtelijk was. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling zelf verantwoordelijk was voor de frustratie van de taalanalyse door zijn weigering mee te werken en dat de rechtbank ten onrechte dit niet had betrokken in haar oordeel. De conclusie van de staatssecretaris dat het asielrelaas van de vreemdeling geen positieve overtuigingskracht heeft, werd bevestigd.
Daarom werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De Raad van State zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.