Uitspraak
200706103/1vernietigd. Hiertoe heeft de Afdeling het volgende overwogen:
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zeeland had opnieuw besloten tot goedkeuring van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van de begraafplaats in Westkapelle, nabij het perceel van verzoekers. Verzoekers stelden dat de uitbreiding zou leiden tot toename van wateroverlast op hun perceel, dat al gevoelig is door lage ligging en slechte afwatering.
De voorzitter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening en achtte een spoedeisend belang aanwezig vanwege de dreigende ruimtegebrek op de begraafplaats. Uit een door de raad ingediend onderzoek van Royal Haskoning bleek dat met grondverbetering, drainage, een nieuwe watergang, plasberm en stuw de waterhuishoudkundige situatie niet zou verslechteren.
Verzoekers verwezen naar eigen deskundigenrapporten die een uitgebreider hydrologisch onderzoek adviseerden en betwistten de haalbaarheid van de watergang vanwege toestemming van grondeigenaren. De voorzitter oordeelde echter dat het onderzoek van Royal Haskoning voldoende zorgvuldig en aannemelijk is en dat de medewerking van grondeigenaren voor de watergang vaststaat.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 29 maart 2010 door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitbreiding van de begraafplaats Westkapelle is afgewezen.