ECLI:NL:RVS:2010:BL9301
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling voldoet niet aan voorwaarden voor verblijfsvergunning op grond van Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet
De vreemdeling meldde zich op 23 januari 2001 bij de afdeling Asielzaken van de Koninklijke Marechaussee (KMar) op Schiphol met het oog op het indienen van een asielaanvraag. Uit het proces-verbaal blijkt dat hij zich heeft gemeld en is doorverwezen naar het aanmeldcentrum, maar niet dat hij daadwerkelijk een asielaanvraag heeft ingediend. De vreemdeling bevestigde ter zitting dat hij geen schriftelijke asielaanvraag heeft ingediend zoals vereist volgens artikel 52, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit.
De staatssecretaris stelde op basis van het dossier en beschikbare systemen dat de vreemdeling niet voldeed aan de voorwaarden van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet, die vereist dat een asielaanvraag vóór 1 april 2001 is ingediend. De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de Raad van State oordeelde dat nader onderzoek niet noodzakelijk was omdat geen bewijs van een ingediende aanvraag bestond.
De vreemdeling voerde aan dat in 2001 Chinese vreemdelingen vaak ten onrechte werden geweigerd en dat aanvragen niet juist werden geregistreerd, maar de Raad van State vond geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht rechtvaardigen. Ook het bezwaar dat het horen van de vreemdeling had moeten plaatsvinden werd verworpen. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling.