ECLI:NL:RVS:2010:BL8102
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens gevaar voor openbare orde na taakstraf
De vreemdeling werd veroordeeld tot een taakstraf wegens een misdrijf gepleegd in Nederland. Op grond van het beleidskader, zoals neergelegd in paragraaf B1/4.4.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000, leidt een dergelijke veroordeling tot afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, zoals de duur van het verblijf in Nederland, de jeugdige leeftijd ten tijde van het delict, het ontbreken van recidive en het ontbreken van een actueel gevaar voor de openbare orde. Hierdoor zou de belangenafweging niet zorgvuldig zijn gemaakt.
De staatssecretaris stelde dat deze omstandigheden reeds waren verdisconteerd in het beleidskader en dat er geen ruimte was voor een nadere belangenafweging. De Raad van State oordeelde dat de beleidsregel inderdaad geen ruimte laat voor een belangenafweging bij een veroordeling tot taakstraf en dat de omstandigheden die de rechtbank noemde reeds door de strafrechter waren beoordeeld en in het beleid waren verwerkt.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.