Uitspraak
200700610/1en 21 oktober 2009 in zaak nr.
200901473/1/M1bestaat geen grond voor het oordeel dat deze puinverharding die voor het overgrote deel uit bodemvreemd materiaal bestaat, als bodem als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet bodembescherming moet worden beschouwd. Uit het evaluatierapport blijkt dat sterk asbesthoudende puinverharding aanwezig is, doch niet dat de bodem zelf is vervuild met asbest. Gelet hierop heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van bodemverontreiniging en de verwijdering van de puinverharding geen noodzakelijke sanering is als bedoeld in de overeenkomst OKF BVE, zodat de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen.