Uitspraak
200602308/1).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Rucphen verleende op 28 april 2009 een revisievergunning voor een vleesvarkenshouderij. Tegen dit besluit stelden meerdere appellanten beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De zaak werd behandeld op 2 februari 2010.
De Afdeling oordeelde dat appellanten belanghebbenden zijn gelet op de afstand van hun woningen tot de inrichting en de aard van de milieugevolgen. Een deel van de beroepen werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van zienswijzen over bepaalde aspecten zoals geluid en ammoniak. De kern van het geschil betrof de vraag of het college ten onrechte heeft besloten dat geen milieueffectrapportage hoefde te worden opgesteld.
De Afdeling stelde vast dat het college niet heeft onderzocht of factoren uit bijlage III van de richtlijn 85/337/EEG, zoals cumulatie van stank en nabijheid van natuurgebieden, aanleiding geven tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en werd het vernietigd. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen, maar proceskosten werden aan appellanten toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent milieueffectrapportage, met deels niet-ontvankelijke beroepen.