ECLI:NL:RVS:2010:BL5572
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- S.F.M. Wortmann
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod en contactverbod ter bescherming tegen huiselijk geweld
De burgemeester van Amsterdam legde op 11 maart 2009 een huisverbod op aan appellant, waarbij hij werd verplicht de woning onmiddellijk te verlaten en tien dagen niet te betreden. Tevens werd hem verboden contact op te nemen met de vrouw en kinderen die in de woning wonen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het huisverbod onvoldoende was gemotiveerd en dat de rechtbank ten onrechte het proces-verbaal en mutaties in het dossier als grondslag had genomen. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht zowel het incident van 9 als 10 maart 2009 als basis had genomen, waarbij sprake was van geweld en dreiging met een keukenmes. Daarnaast waren er signalen van alcohol- en drugsverslaving en een toename van geweld.
Het contactverbod met de kinderen werd niet als disproportioneel gezien, gelet op het belang van hun geestelijke gezondheid en de korte duur van het verbod. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en gelastte terugbetaling van het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het huisverbod en contactverbod worden bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.