ECLI:NL:RVS:2010:BL4563
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kennelijk ongegrond bezwaar tegen niet ambtshalve aanbod op grond van vreemdelingenregeling
De staatssecretaris van Justitie stelde bezwaar in tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, omdat de vreemdelingen niet voldeden aan de harde criteria van de Regeling, met name de voorwaarde van ononderbroken verblijf. Hoewel de vreemdelingen een schrijnende situatie aanvoerden, viel dit niet onder de bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling stelde vast dat het bestuursorgaan terecht van het horen van de vreemdelingen kon afzien omdat op voorhand redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar niet tot een ander oordeel zou leiden. De eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en het karakter van de minuten als interne stukken stonden hieraan niet in de weg.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het bezwaar van de vreemdelingen alsnog ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het bezwaar van de vreemdelingen alsnog ongegrond verklaard.