ECLI:NL:RVS:2010:BL4546
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake medische omstandigheden bij overdracht vreemdeling naar Griekenland
De staatssecretaris van Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel vernietigde. De vreemdeling voerde aan dat zijn ernstige nierziekte en de slechte medische en detentieomstandigheden in Griekenland een schending van artikel 3 EVRM Pro opleveren en dat de staatssecretaris onzorgvuldig handelde door geen advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) te vragen.
De Raad van State overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel inhoudt dat medische voorzieningen in Griekenland vergelijkbaar zijn met die in Nederland en dat de vreemdeling onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd dat dit in zijn geval niet zo was. Tevens werd meegewogen dat de vreemdeling eerder langere tijd in Griekenland verbleef en daar medische behandeling ontving zonder ernstige schade.
Verder stelde de Raad dat de korte duur van een mogelijke detentie en de toezeggingen van de staatssecretaris omtrent dialysebehandeling en zorgvuldige overdracht geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro opleveren. De klacht over detentieomstandigheden en medische voorzieningen faalt, evenals het betoog dat het BMA had moeten worden geraadpleegd.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, waarmee het beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.