Uitspraak
200701722/1) omdat die uitspraak dateert van na het besluit op bezwaar.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft aan appellant bestuursdwang opgelegd om een woonwagen op een perceel te verwijderen omdat deze zonder bouwvergunning was geplaatst. Appellant maakte bezwaar en stelde dat er bijzondere omstandigheden waren die handhaving moesten voorkomen, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het besluit tot handhaving. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat appellant zonder vergunning handelde in strijd met de Woningwet en geen concreet zicht op legalisering bestond.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant geen concrete gevallen van gedoogbeleid of afzien van handhaving kon aantonen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat appellant wist dat alleen het college bevoegd was tot besluitvorming. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot bestuursdwang bevestigd.