ECLI:NL:RVS:2010:BL3896
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting en matiging schadevergoeding
De vreemdeling werd op 15 december 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde op 29 december 2009 dat er voldoende zicht op uitzetting was en wees het beroep van de vreemdeling af. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er zicht op uitzetting was. De staatssecretaris had onvoldoende onderzoek verricht naar de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling, die sinds 1988 in Nederland verbleef en herhaaldelijk veroordeeld was, maar stelselmatig weigerde mee te werken aan het vaststellen van zijn identiteit. Aanvragen voor een laissez passer bij de Algerijnse en Libanese autoriteiten waren herhaaldelijk afgewezen.
De Raad stelde vast dat de bewaring van meet af aan onrechtmatig was wegens het ontbreken van zicht op uitzetting en vernietigde het vonnis van de rechtbank. De schadevergoeding werd tot nihil gematigd vanwege het gebrek aan medewerking van de vreemdeling. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was onrechtmatig wegens ontbreken van zicht op uitzetting en de schadevergoeding wordt tot nihil gematigd.