Uitspraak
200500486/1, overwogen dat het begrip bijgebouw in artikel 20 van Pro het Bro een zelfstandig begrip betreft, waarvan de uitleg, anders dan het college in het besluit van 29 mei 2008 voorstond, niet afhankelijk kan worden gesteld van hetgeen daaromtrent in bestemmingsplannen is gesteld. Nu het begrip bijgebouw in artikel 20 van Pro het Bro noch elders in dat besluit is gedefinieerd, moet aansluiting worden gezocht bij de in de jurisprudentie ter zake ontwikkelde criteria. Volgens vaste jurisprudentie moet onder bijgebouw worden verstaan een gebouw dat, zowel in bouwkundige als in functionele zin ondergeschikt is aan en ten dienste staat van een hoofdgebouw.