Uitspraak
200601984/1) heeft het gesloten verstrekkingenregime van de Wpolr uitsluitend betrekking op persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wbp en niet op de documenten waarin deze gegevens zijn vervat. Bij een verzoek om openbaarmaking dient dus een onderscheid te worden gemaakt tussen gegevens uit een politieregister in de zin van de Wpolr en de overige in de betreffende documenten vervatte informatie. Gegevens uit een politieregister vallen niet onder de Wob, omdat de Wpolr dienaangaande een uitputtende regeling bevat. Wat de niet onder de Wpolr vallende informatie betreft is de Wob evenwel onverkort van toepassing.
200702347/1) ziet het begrip persoonsgegeven niet slechts op de personalia en de hoedanigheid van personen, maar ook op gegevens die herleidbaar zijn tot personen en kunnen bijdragen aan de identificatie van die personen. Daarbij is, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 31 januari 2007 in zaak nr.
200600141/1), onder meer van belang hoe gedetailleerd de verklaringen over de gebeurtenissen zijn weergegeven en hoe groot de kring van betrokkenen, waarover wordt gerelateerd, is. In dat licht moet naar het oordeel van de Afdeling ook worden bezien of met inachtneming van de specifieke context van plaats, tijd en aantal betrokken personen aannemelijk is dat de gegevens, die volgens de Aanwijzing in beginsel kunnen worden verschaft, op zich of in verband met wel verstrekte informatie, zonder onevenredige inspanning kunnen leiden tot identificatie van personen (uitspraak van 10 juni 2009 in zaak nr.
200807233/1).