Uitspraak
200808122/1/R3, dat voor de vraag of sprake is van een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau in een bepaalde sector, niet van doorslaggevende betekenis is of er sprake is van overaanbod en mogelijke sluiting van bestaande detailhandelsvestigingen. Van belang is of voor de inwoners van de gemeente een voldoende voorzieningenniveau behouden blijft in die zin dat zij op een aanvaardbare afstand van hun woonplaats hun geregelde inkopen kunnen doen. Uit het door BRO uitgevoerde distributie-planologisch onderzoek (DPO) en de "notitie contra-expertise" van 3 juni 2009 blijkt dat een discountsupermarkt ter plaatse wenselijk is en dat de komst van een dergelijke supermarkt niet zal leiden tot een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur. Uit de door C1000 overgelegde onderzoeksrapporten van Adviesbureau Kardol is de voorzitter op voorhand niet gebleken dat hiervan, als gevolg van vestiging van de desbetreffende supermarkt, wel sprake zou zijn. De conclusie in deze rapporten dat de vestiging van de discountsupermarkt met een bedrijfsvloeroppervlakte van 1500 m² distributief niet verantwoord zou zijn, kan naar het oordeel van de voorzitter niet aldus worden opgevat dat voor het behoud van een voldoende voorzieningenniveau wordt gevreesd. De voorzitter ziet in hetgeen C1000 heeft aangevoerd dan ook op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat de door het plan mogelijk gemaakte komst van de discountsupermarkt een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur tot gevolg heeft.